Het is wooncrisis. Op veel plekken klinkt de roep om sneller meer woningen te bouwen. Dat is ook nodig, maar onvoldoende. Met het huidige tempo blijven we nog jarenlang doormodderen en staan individuele levens in pauzestand bij gebrek aan passende woonruimte.
Tegelijkertijd weten we ook: een belangrijk deel van het woningmarktprobleem is geen bouwprobleem, maar een allocatieprobleem. Te veel mensen wonen in een huis dat niet meer past bij hun gezinssituatie of levensfase. De alleenstaande oudere woont nog in de ruime gezinswoning, terwijl jonge gezinnen zoeken naar precies dat type huis. Dat is niet verwijtbaar; mensen hechten zich aan hun woning, buurt en netwerk. Maar het betekent wel dat schaarse woonruimte niet optimaal wordt benut.
Juist daar wringt het huidige systeem. We hebben de doorstroming vrijwel volledig afhankelijk gemaakt van vrijwilligheid: mensen mogen altijd ja of nee zeggen tegen een woning die eigenlijk beter past. In een krappe markt is dat onvoldoende. Wie eenmaal goed en relatief goedkoop woont, heeft vaak weinig reden om te bewegen, zelfs als de woning feitelijk te groot, te bewerkelijk of anderszins niet toekomstbestendig is. Dat is volledig begrijpelijk op individueel niveau, maar maatschappelijk steeds minder houdbaar.
We accepteren inmiddels ook op andere plekken niet meer dat schaarse voorzieningen eindeloos bezet blijven door mensen voor wie ze niet (meer) bedoeld zijn. Nog maar twintig jaar geleden was het ondenkbaar om het tekort aan studentenhuisvesting mede aan te pakken door mensen die niet meer studeren te laten uitstromen uit studentenkamers. Het eerste grote proefproces over het verplicht verlaten van een studentenwoning na afstuderen kwam in 2008. Inmiddels is het campuscontract een normaal en geaccepteerd fenomeen. Juist omdat die kamers er zijn voor een specifieke fase in het leven. Deze gedachte verdient bredere toepassing.
Dat betekent niet dat harde dwang altijd de oplossing is. Wonen is zoveel meer dan een dak boven je hoofd. Het raakt aan bestaanszekerheid, autonomie en emotionele binding. Verhuizen moet daarom zorgvuldig, voorspelbaar en rechtvaardig zijn, met oog voor individuele situaties. Maar tussen volledige vrijblijvendheid en botte dwang ligt een groot tussengebied.
Verleiden kan werken. We hebben al instrumenten als financiële prikkels: een verhuisvergoeding, tijdelijke huurkorting, het meenemen van een lagere huur of het schrappen van dubbele woonlasten. Zaken als een verhuiscoach, praktische hulp bij inpakken, aantrekkelijke seniorenwoningen in de eigen wijk of woonconcepten waar comfort, nabijheid van voorzieningen en sociale ontmoeting centraal staan, helpen ook. Maar als we het tempo omhoog willen krijgen, moeten we ook de ongemakkelijke discussie gaan voeren over minder vrijblijvende vormen van doorstroming.
Wie doorstroming serieus neemt, moet dus niet alleen meer bouwen, maar ook slimmer prikkelen en soms steviger normeren. Niet om mensen te straffen, maar om woningen weer beter te laten passen bij de fase van het leven. Dat is niet alleen efficiënter, maar ook eerlijker tegenover al die woningzoekenden die nu buiten de deur blijven staan.
Monique Brewster is directeur-bestuurder Woonforte
Bron: CorporatieGids Magazine, Foto: CorporatieMedia
Zoals ieder jaar was het een voorrecht om CorporatiePlein te mogen organiseren. En de 2026-editie, de zestiende van het…
www.corporatieplein.nlCorporatieGids Magazine - September 2026 Inhoud Tim Standhart (Vidomes): Van AI-hype naar AI-houvast Maarten van Heugten (Autoriteit woningcorporaties):…
Zoek en vind leveranciers en adviesbureaus die IT-diensten en oplossingen aanbieden aan woningcorporaties.