CorporatieGids Magazine

SEPTEMBER 2025 I 19 18 I CORPORATIEGIDS MAGAZINE Sander Heinsman, bestuursvoorzitter Portaal Column Stop met romantiseren: de echte prijs van volkshuisvesting We kijken in Nederland vaak nostalgisch terug: “vroeger was de volkshuisvesting beter geregeld”. Of we wijzen naar het Weense model als het wondermiddel dat ons uit alle wooncrises zal trekken. Maar die vergelijkingen zijn niet eerlijk. Ze verhullen dat wij in Nederland ondertussen een sluipende verschuiving hebben doorgemaakt: we hebben de rekening van bezuinigingen in de zorg simpelweg doorgeschoven naar de woningcorporaties en daarmee naar de buurten waar zij het meeste bezit hebben. Met de extramuralisering van de GGZ en de ouderenzorg zijn corporatiewijken het nieuwe opvanghuis geworden. Waar mensen vroeger in bejaardentehuizen of GGZ- instellingen woonden, landen zij nu in een gewone flat of portiekwoning. Let wel, ik onderschrijf de wens voor iedereen om zelfstandig te wonen, maar alleen als er voldoende ondersteuning en voorzieningen omheen staan. En daar wringt de schoen: die ondersteuning ontbreekt vaak. Het gevolg: corporaties en hun huurders worden steeds vaker geconfronteerd met bewoners met onbegrepen gedrag, vereenzaming of ernstige overlast. Onze wijk- en sociaalbeheerders staan voor een steeds grotere uitdaging, zonder dat er een cent extra vanuit de zorg- potjes is meegekomen naar het woondomein. De wijk betaalt, letterlijk en figuurlijk, de prijs van de bezuinigingen in de zorg. We roepen dat er meer sociale woningen moeten komen. Terecht. Maar we praten te weinig over de kwaliteit van de volkshuisvesting. Kwaliteit betekent niet alleen goede stenen, maar ook: voldoende begeleiding en zorg in de wijk, leefbaarheidsteams die overlast kunnen opvangen, gemeenschappelijke voorzieningen en ontmoetingsplekken. Als we die kant van de volkshuisvesting blijven negeren, of alleen op het bord van de woningcorporatie neerleggen, kiezen we impliciet voor een goedkope oplossing die uiteindelijk heel duur uitpakt – in overlast, verloedering en gezondheidsproblemen. Het Weense model wordt vaak gepresenteerd als hét voorbeeld. En ja: Wenen laat zien dat een brede volkshuisvesting mogelijk is, inclusief middeninkomens. Maar laten we wel eerlijk zijn: in Wenen is veel minder geëxtramuraliseerd. Ouderen en mensen met psychiatrische problemenwonen daar nog vaker in instellingen of begeleide projecten. Met afzonderlijke financieringsstromen. We shoppen dus nogal selectief in het Weense model. Corporaties draaien steeds vaker op voor de gevolgen van maatschappelijke taken die ooit door zorginstellingen werden gedaan, maar zijn wegbezuinigd. En toch gaat de discussie vooral over het afschaffen van de vennootschapsbelasting, over het verlagen van de plafondhoogte, of het aantal woningen dat gebouwd moet worden. Allemaal terecht, maar het is een nauwe blik op de werkelijke opgave die voor ons ligt: het bouwen aan veerkrachtige gemeenschappen. Als we écht een brede volkshuisvesting willen – en dat willen we – dan moeten we eerlijk zijn en keuzes maken. Wonen en zorg zijn onlosmakelijk verbonden. Je kunt niet bezuinigen op het ene domein en de oplossing van het andere domein verwachten. Het is tijd dat ook in Den Haag te erkennen. Voor de partijen die nog aan hun verkiezingsprogramma’s werken alvast een eerste suggestie: begin met het samenvoegen van de ministeries voor Volkshuisvesting en VWS. Want zolang die werelden gescheiden blijven, blijft de rekening bij de wijken liggen. Nu faciliteren we geen van beide, maar blijven we ondertussen wel romantisch verwijzen naar het verleden, of gaan op werkbezoek naar Wenen. Dat levert weliswaar inspiratie, maar bij terugkomst wacht vooral een koude kermis. De echte vraag is: zijn we bereid te betalen voor kwaliteit in de volkshuisvesting, inclusief de sociale functies die daar nu onderdeel van zijn geworden? Want in tegenstelling tot Wenen en het verleden is de corporatie er nu wel voor iedereen.

RkJQdWJsaXNoZXIy Mzg5Mzg=