CorporatieGids Magazine

SEPTEMBER 2026 I 31 30 I CORPORATIEGIDS MAGAZINE Column Wat houden we, wat geven we door? Wie door Rotterdam loopt, ziet de geschiedenis van de volkshuisvesting bijna letterlijk in steen geschreven. Vooroorlogse woningen, wederopbouw en buurten uit de jaren 80 en 90 staan vaak gebroederlijk naast elkaar. Bij Havensteder beheren we bijna 43.000 woningen. Samen vormen ze een belangrijk deel van het thuis van duizenden gezinnen, alleenstaanden, jongeren en ouderen. De vraag hoe we die woningen goed houden, lijkt eenvoudig. We onderhouden ze. We investeren, maar de praktijk is weerbarstiger. Woningen verouderen, technische eisen veranderen en bewoners verwachten terecht een woning die niet alleen veilig en gezond is, maar ook comfortabel en duurzaam. Daarom investeren we jaarlijks ruim 160 miljoen euro in het in stand houden van onze woningvoorraad. Dat is geen keuze, maar een verantwoordelijkheid. Toch komt er een moment waarop de vraag verandert van: hoe onderhouden we deze woning, naar: moeten we deze woning eigenlijk nog wel behouden? Dat zijn geen makkelijke gesprekken. Zeker niet in een stad als Rotterdam. Een stad die tijdens de Tweede Wereldoorlog een groot deel van haar historische bebouwing verloor. Wat nog overeind staat, heeft vaak emotionele of cultuurhistorische waarde. Oude gevels geven karakter aan buurten en herinneren aan het verleden. Maar oud is niet automatisch toekomstbestendig. Op sommige plekken stapelen de problemen zich op. Fundering, geluids- overlast, slechte toegankelijkheid, onpraktische indelingen. Op papier is veel op te lossen. Maar tegen welke prijs? Soms zijn de investeringen zo groot dat ze niet meer in verhouding staan. Ook bewoners houden ons een spiegel voor. Zorgt een ingrijpende renovatie uiteindelijk voor een goede, duurzame woning zonder terugkerende problemen? En als dat antwoord onzeker blijft, geven bewoners soms aan liever te kiezen voor een nieuwe of nieuwere woning die beter aansluit bij wat ze mogen verwachten. En dan volgt de eerlijke vraag: is het verstandig om enorme bedragen te investeren in een woning die ondanks alle ingrepen beperkt voldoet aan de eisen van deze tijd? Vrijwel alle corporaties worstelen hiermee. We staan voor een enorme nieuwbouw- opgave, we willen verduurzamen en moeten de betaalbaarheid bewaken. De financiële ruimte is niet onbeperkt. Sterker nog: corporaties zouden hun bezit in principe uit de huuropbrengsten moeten kunnen onderhouden. Dat lukt steeds minder goed. We worden daarbij ook door schade en schande wijs. Niet iedere oude woning is monumentaal en niet ieder monument is goed bewoonbaar. Dat betekent dat we scherpe keuzes moeten maken. Wat behouden we? Waar investeren we? Welke woningen vervangen we? En in sommige gevallen: welk bezit past beter bij een andere eigenaar dan bij een corporatie? Dat laatste klinkt ongemakkelijk, maar hoort ook bij verantwoord assetmanagement. Wanneer verkoop de mogelijkheid creëert om elders nieuwe sociale huurwoningen toe te voegen, moeten we die optie serieus onderzoeken. Misschien is dat wel de belangrijkste conclusie. Impliciet spreken we nog te vaak over eeuwigdurende exploitatie. Maar die gedachte verdient heroverweging. Niet elke woning heeft een eeuwig leven. En behoud is geen doel op zich. Onze opdracht is niet om gebouwen koste wat kost overeind te houden. Onze maatschappelijke opdracht is om mensen goede woningen te bieden. Vandaag, morgen en over vijftig jaar. De vraag is dus niet alleen wat we houden. De echte vraag is: wat willen we doorgeven? Hedy van den Berk is bestuursvoorzitter Havensteder

RkJQdWJsaXNoZXIy Mzg5Mzg=